Wob-verzoek tot informatie over integriteitsonderzoek en intern beraad terecht afgewezen

19 maart 2024 | Bestuursrecht

Een eigenares van een café voert een civiele procedure tegen het college van burgemeester en wethouders van haar stad om de schade te verhalen die zij lijdt door geweigerde horecavergunningen. Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vraagt ze voor deze civiele procedure het college om informatie die is verzameld op basis van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) en om stukken over intern ambtelijk beraad.

Het college weigert de gevraagde documenten te geven. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt nu dat er ook geen verplichting voor het college is om de gevraagde informatie openbaar te maken.

Weigeringsbesluiten

Met een beroep op de Wob vraagt de café-eigenares onder meer om alle weigeringsbesluiten voor exploitatievergunningen voor de horeca in de periode 2015-2020 in haar stad. Aan dit verzoek geeft het college geen gehoor, omdat in de besluiten feiten staan die deel uitmaken van integriteitsonderzoek op basis van de Wet Bibob. Op basis van deze wet mag informatie die deel uitmaakt van onderzoek op basis van die wet alleen worden gedeeld in de bij wet bepaalde situaties. De wet voorziet niet in de mogelijkheid de informatie openbaar te maken bij een Wob-verzoek. Het weglakken van de onderzoeksgegevens uit de weigeringsbesluiten zou de besluiten onleesbaar maken. De Afdeling is daarom van oordeel dat de weigeringsbesluiten terecht niet openbaar zijn gemaakt.

Beraadslagingen

Ook de opgevraagde stukken over intern beraad binnen de ambtelijke en bestuurlijke organisatie zijn door het college niet aan de eigenares verstrekt. De vrouw stelt dat daardoor een disbalans in machtsverhouding en rechtspositie ontstaat in het voordeel van de gemeente. Zij heeft een groot persoonlijk belang bij openbaarmaking van deze informatie. Ze meent dat haar vergunningaanvraag bevooroordeeld is behandeld. Daardoor heeft zij schade geleden. De Afdeling gaat hier niet in mee. Het college mocht het belang dat deze documenten niet openbaar worden gemaakt zwaarder laten wegen dan het belang van openbaarmaking van die documenten. Openbaarmaking zou de procespositie van het college kunnen schaden. Daarnaast moet het college in vertrouwen overleg kunnen plegen met een advocaat. Het persoonlijk belang van de eigenares is geen belang dat door de Wob wordt beschermd; de Wob beschermt het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering. Ook deze documenten zijn dus terecht niet openbaar gemaakt.

ECLI:NL:RVS:2024:843

 

 

Bron:Raad van State| jurisprudentie| ECLI:NL:RVS:2024:843 202203663/1/A3| 27-02-2024