Verzoek om kinderalimentatie direct voorleggen bij rechtbank, niet pas in hoger beroep

8 december 2023 | Personen- en familierecht

Wie iets gedaan wil krijgen van de rechter, zoals een wijziging van het gezag over de kinderen of dat de andere ouder kinderalimentatie moet betalen, moet dat al bij de rechtbank aankaarten. Gebeurt dat daar niet, dan kan daar in hoger beroep niet meer om worden verzocht.

Deze zaak gaat over ouders van twee minderjarige kinderen, die gezamenlijk het gezag over hen uitoefenen. Na de echtscheiding stelt de rechtbank Midden-Nederland de zorgregeling vast. Die komt erop neer dat de kinderen de ene week bij de vader verblijven en de andere week bij de moeder. Vóór de uitspraak woonden de kinderen bij de moeder.

In hoger beroep

De moeder is het niet eens met deze uitspraak en gaat in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Ze wil dat deze zorgregeling van tafel gaat, dat de kinderen weer altijd bij haar komen wonen en dat zij alleen met het gezag wordt belast. Ook wil zij dat de vader kinderalimentatie gaat betalen. De eerste vraag, die het hof moet beantwoorden, is of de moeder ‘ontvankelijk’ is in haar verzoeken, dus of het hof haar verzoeken wel in behandeling kan nemen. Dat is hier niet het geval.

Overeenstemming

Uit de beschikking van de rechtbank blijkt dat de ouders tijdens de zitting overeenstemming hebben bereikt over de zorgregeling. Het hof leidt hieruit af dat de ouders bij de rechtbank hebben gekregen waar zij om hebben verzocht. Nu het verzoek van de vrouw door de rechter in eerste aanleg is toegewezen, heeft zij geen belang meer bij een hoger beroep. Hoger beroep is niet bedoeld om de beschikking waarbij het verzoek is toegewezen, ongedaan te maken.

Strijd met goede procesorde

De nieuwe verzoeken van de moeder bij het hof – een wijziging van het gezag en de kinderalimentatie – verschillen zozeer van het onderwerp van geschil in eerste aanleg (dat ging alleen over de zorgregeling), dat deze wijziging in hoger beroep in strijd is met de goede procesorde. Kortom: als de moeder alleen het gezag wilde én betaling van kinderalimentatie, dan had zij dat al bij de rechtbank moeten vragen. Nu ze dat niet heeft gedaan, kan ze dat niet alsnog bij het hof doen. Ze wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Omdat zij deze zaak bij het hof verliest, moet zij de griffierechten vergoeden die de vader al heeft betaald (€ 343) en diens advocaatkosten (€ 2.366).

ECLI:NL:GHARL:2023:7831

Bron:Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden| jurisprudentie| ECLI:NL:GHARL:2023:7831 200.323.766| 18-09-2023