Verwekker van kind kan niet totale vaderrol opeisen

30 april 2024 | Personen- en familierecht

Een man die zijn kind wil erkennen, wil ook dat het kind zijn achternaam krijgt. Daarnaast eist hij gezag en omgang. Dat gaat de rechtbank te ver: eerst moet de verhouding met de moeder weer normaal worden.

Een man en een vrouw hebben een relatie gehad. Alleen de moeder heeft gezag over hun kind. De man wil het kind erkennen, maar de vrouw geeft daarvoor geen toestemming. Daarom vraagt de man de rechtbank Noord-Holland om vervangende toestemming. De ouders zijn het erover eens dat de man de verwekker is. De moeder is akkoord dat de man als vader op de geboorteakte van het kind staat, maar het kind moet wel de achternaam van de moeder behouden. Zij wil geen gezamenlijk gezag, omdat zij vreest dat de sterke islamitische geloofsovertuiging van de man een behoorlijke inperking zal vormen op het leven van het kind.

Gerechtelijke vaststelling van vaderschap

De bijzonder curator vraagt namens het kind om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man, als de dna-test tenminste positief uitvalt. De man kan zijn vaderrol alleen invullen, vindt hij, als aan een aantal minimale standaarden wordt voldaan: het juridisch vaderschap, dat het kind zijn achternaam draagt, omgang en gezag. Het is niet in het belang van het kind als hij zich voor haar geen sterke vader kan tonen. Daarom trekt hij zijn verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming tot erkenning in, want dat vindt hij toch te weinig. Dan hoeft de rechtbank alleen het verzoek van de bijzondere curator te beoordelen: de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.

Belang van het kind

Ook de rechtbank neemt aan dat de man de verwekker is en stelt het juridische vaderschap vast. De man moet zich, in het belang van het kind, wel aanmelden voor hulpverlening, om te werken aan het herstel van het onderlinge vertrouwen tussen de ouders. Daarna kan stap voor stap worden gewerkt aan het opbouwen van een band tussen vader en kind. Mogelijk kan dit in de toekomst leiden tot een ‘zwaardere’ invulling van de vaderrol. De vader moet zich realiseren dat het stellen van voorwaarden aan zijn vaderrol niet in het belang van het kind is. De moeder moet zich realiseren dat het kind ook recht heeft om te delen in de culturele en religieuze achtergrond van de man: het kind stamt immers voor de helft van hem af. De rechtbank wijst ook nog op de wetwijziging (per 1 januari 2024), die het mogelijk maakt dat een kind de geslachtsnaam van beide ouders draagt. Wellicht biedt dat een oplossing die voor beiden acceptabel is.

ECLI:NL:RBNHO:2024:2971

Bron:Rechtbank Noord-Holland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNHO:2024:2971| 28-03-2024