Verblijf in penitentiaire inrichting staat nakoming inlichtingenplicht niet in de weg

19 maart 2024 | Insolventierecht

Een van grote fraude verdachte man die failliet is verklaard, is in bewaring gesteld. De curator vraagt de rechtbank de inbewaringstelling te verlengen, omdat de man zich niet houdt aan de inlichtingen- en medewerkingsplicht die hij volgens de Faillissementswet heeft. Volgens de man lukt hem dat vanuit de penitentiaire inrichting niet. Hij vraagt de rechtbank om opheffing of schorsing van de inbewaringstelling.

De Faillissementswet verplicht een gefailleerde om de curator alle inlichtingen te geven die de curator nodig heeft voor een goede afwikkeling van het faillissement. Volgens deze curator houdt de in bewaring gestelde man zich niet of onvoldoende aan zijn inlichtingen- en medewerkingsplicht. Een groot bedrag aan geld is zoek'. Ook is niet duidelijk wat hij met de door hem gekochte auto’s, kleding en horloges heeft gedaan.

Passieve en actieve inlichtingenplicht

De curator benadrukt dat hij zelf van alles heeft gedaan om de wél verstrekte informatie na te gaan en dat de man een ‘passieve’ én ‘actieve’ inlichtingenplicht heeft: hij moet de curator gevraagd en ongevraagd informeren. Dat heeft hij volgens de curator niet gedaan. De wel verstrekte informatie komt bovendien niet altijd overeen met de informatie die de curator van anderen kreeg. Verder is nog steeds niet bekend waar zijn administratie is. Ook over buitenlandse rekeningen is onvoldoende bekend.

Recente ontdekkingen

De waarnemend rechter-commissaris kan zich vinden in het verzoek van de curator om de inbewaringstelling te verlengen, nu de gronden voor inbewaringstelling nog steeds aanwezig zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een recent door de curator ontdekte Belgische bankrekening. Daarnaast roepen verschillende transacties op een bankrekening in Monaco allerlei vragen op. Die heeft de man nog niet beantwoord, terwijl hij dat vanuit de PI wel makkelijk zou moeten kunnen. Mensen naar wie hij verwijst, spreken zijn verhaal bovendien tegen of kunnen geen duidelijkheid over zaken geven.

Afhankelijk

Volgens de man is het logisch dat zij niet meewerken, nu hij verdacht wordt van grote fraude. Hij noemt het uiterst onwenselijk dat zijn vrijheid afhankelijk is van de medewerking van en informatieverstrekking door anderen. Hij stelt verder dat iemand de toegang tot een groot aantal e-mailadressen onmogelijk heeft gemaakt.

Belangenafweging

Het is aan de rechtbank om de vraag te beantwoorden of er op basis van deze stand van zaken nog gronden voor inbewaringstelling zijn en zo ja, of die nog steeds een inbreuk rechtvaardigen op de persoonlijke vrijheid van de man. Daarbij moet de rechtbank het recht op zijn persoonlijke vrijheid (dat zwaarder weegt naarmate de inbewaringstelling langer duurt) afwegen tegen de bij verlenging betrokken belangen.

Niet herleidbare geldstromen

De rechtbank is op grond van de informatie van de curator en wat de man op de zitting verklaart van oordeel dat de man nog steeds niet de hem in de wet opgelegde verplichtingen nakomt. Hij moet de curator gevraagd en ongevraagd informeren over feiten en omstandigheden waarvan hij weet of behoort te weten dat deze voor de omvang, het beheer of de vereffening van de boedel van belang zijn. Meer in het bijzonder moet hij opgave doen van al zijn bezittingen, volledige inzage geven in zijn administratie en duidelijk maken wat er met het door hem ontvangen geld en daarvan gekochte spullen is gebeurd. Dit alles moet hij met schriftelijke documenten onderbouwen. Dat heeft hij niet of niet voldoende gedaan. Volgens de rechtbank is sprake van niet herleidbare geldstromen en de verklaringen van de man zijn ongeloofwaardig. Voor zover er goederen zijn gekocht en verkocht, blijkt niet wat er met de opbrengst daarvan is gebeurd. Nu de man zich niet aan zijn inlichtingen- en medewerkingsplicht heeft gehouden, zijn er voldoende gronden voor verlenging van de inbewaringstelling.

Fysieke belemmering

De bedragen, de ontbrekende informatie en de weinig actieve houding van de man rechtvaardigen volgens de rechtbank nog steeds een inbreuk op zijn persoonlijke vrijheid. Hoewel hij in de PI fysiek wordt belemmerd in het zoeken naar informatie, kan hij meer informatie geven dan hij tot nu toe heeft gedaan. De inbewaringstelling wordt verlengd met maximaal 30 dagen.

ECLI:NL:RBDHA:2024:3217

Bron:Rechtbank Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:RBDHA:2024:3217| 12-03-2024