Schade na verbod raamprostitutie is normaal risico voor exploitant

13 februari 2024 | Bestuursrecht

Enkele tonnen heeft een ondernemer geïnvesteerd in zijn panden, die hij verhuurde voor raamprostitutie. Als raamprostitutie niet langer wordt toegestaan, wil hij dat de gemeente zijn schade vergoedt. De ondernemer procedeert daarover tot de hoogste bestuursrechter.

Een wijziging van de algemene plaatselijke verordening leidt ertoe dat de exploitatie van prostitutie-inrichtingen in een wijk niet langer is toegestaan. Een man heeft in die wijk vier panden, die hij verhuurt voor raamprostitutie. Hij verzoekt het college van B&W om nadeelcompensatie omdat hij door dit verbod jaarlijks voor € 139.640 schade lijdt. Het college wijst dit af. Raamprostitutie is een maatschappelijk belastende activiteit, die zowel voor als na legalisering steeds ter discussie stond. De man mocht er daarom niet vanuit gaan dat hij de panden tot in lengte van jaren voor dat doel zou kunnen verhuren. Vergunningen (en voorheen gedoogbeschikkingen) werden daarom steeds tijdelijk (voor drie jaar) verleend. Toen tot het verbod werd besloten, werd aan raamprostitutie-exploitanten en pandeigenaren een overgangstermijn van zes jaar geboden, zodat zij hun bedrijfsvoering konden aanpassen. Eventuele restschade daarna behoort tot het normale maatschappelijke risico, aldus het college.

Vertrouwen

De man start een procedure, verliest bij de rechtbank en gaat in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Prostitutie werd altijd gedoogd, stelt hij, en plannen om prostitutie te legaliseren waren in een vergevorderd stadium. Het college heeft zo het vertrouwen gewekt dat prostitutie voor lange tijd zou worden toegestaan en daarom heeft hij fors in de panden geïnvesteerd: € 70.000 per kamer, en dat voor achttien kamers. Het college had hem tijdig moeten waarschuwen voor een mogelijk verbod op prostitutie. De overgangstermijn van zes jaar vindt hij te kort: hij kon de ramen slechts twaalf tot zestien jaar exploiteren; te kort om uit de kosten te komen.

Openbare orde

Volgens de Afdeling is het verbod op exploitatie van prostitutie-inrichtingen niet uitzonderlijk of ongebruikelijk. Prostitutie kan het leefklimaat en de openbare orde aantasten. Ook elders in het land worden prostitutie-activiteiten beperkt. In deze gemeente leidde dit ook tot overlast, omdat er tevens in drugs werd gehandeld. Dat alles tastte de veiligheidsbeleving en het woon- en leefklimaat in deze wijk aan. Dan is het te verwachten dat (raam)prostitutie eens zal worden verboden.

Geen compensatie

Het college had de man niet hoeven te waarschuwen voor een mogelijk verbod op raamprostitutie. Gezien de duur van de vergunningen (drie jaar) kon de man niet rekenen op langdurige verhuur van de panden. Het risico van een uiteindelijk verbod is inherent aan de bedrijfsvoering en de gestelde schade behoort in beginsel tot het normale ondernemersrisico. De overgangstijd – twee keer de termijn waarvoor vergunningen werden verleend – was lang genoeg. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel gaat niet op: de ondernemer kreeg ‘geschiktheidsverklaringen’, maar die gingen over bouwkundige en technische aspecten van de panden. Zijn schade wordt niet gecompenseerd.

ECLI:NL:RVS:2024:227

Bron:Raad van State| jurisprudentie| ECLI:NL:RVS:2024:227 202300510/1/A2| 23-01-2024