Rechter stuurt bij ontruimingszaak met kinderen aan op overlegzitting

15 april 2026 | Personen- en familierecht

Ontruimingen van een huurwoning waarbij kinderen zijn betrokken zijn problematisch. Woningcorporaties moeten werken aan een ‘integrale aanpak’ en daarbij ook hulpverlening betrekken. In deze zaak stuurt de rechter aan op een ‘overlegzitting’.

Een woningcorporatie wil de huurovereenkomst met een huurder ontbinden en de woning ontruimen. De reden: de politie heeft vastgesteld dat er tweemaal drugs en munitie in de woning is aangetroffen.

Belang van het kind

Woningcorporaties hanteren doorgaans een zero tolerance beleid: criminele activiteiten leiden direct tot ontbinding. Rechters ervaren dit als problematisch als het gaat om gezinnen met (jonge) kinderen maar oordelen desondanks vaak anders over deze kwesties. Uitgangspunt is het ‘belang van het kind’: het recht op huisvesting en het recht om niet te worden gescheiden van ouder(s).

Belangenafweging

Voorkomen moet worden dat de kinderen dakloos raken. Een onmiddellijke ontruiming van deze woning – zoals de verhuurder wil – kan er volgens de voorzieningenrechter (rechtbank Noord-Holland) toe leiden dat het hulpverleningstraject ernstig wordt verstoord. Dat heeft nadelige gevolgen voor de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen én voor de stabiliteit van het gezin als geheel. Maar de verhuurder heeft ook een belang: andere huurders moeten zich veilig kunnen voelen en dat is met drugs en munitie niet het geval. Maar deze incidenten schrijft de rechter toe op het conto van de (voormalig) partner van de vrouw, en die is inmiddels gedetineerd.

Integrale aanpak

Het belang van de verhuurder bij ontruiming weegt niet zo zwaar dat dit gezin op straat kan worden gezet. Ontruiming is alleen toelaatbaar als voldoende verzekerd is dat er voor het gezin alternatieve woonruimte is. De voorzieningenrechter constateert dat de verhuurder te weinig inspanning heeft geleverd om aan de huurder duidelijk te maken wat de ingangen zijn om te werken aan een alternatief. De verhuurder heeft ook te weinig gedaan om belangrijke spelers uit de hulpverlening met de huurder in contact te brengen. Zo’n integrale aanpak – al jaren door rechters bepleit – van problematische huursituaties, waarbij corporaties iets aan regie zouden gaan doen, is ook in hun eigen belang.

Overlegzitting

Vooralsnog vindt de rechter dat de huurder kan blijven zitten maar ook dat zij zich constructief moet opstellen om te vertrekken. Er komt een ‘overlegzitting’ waarin met relevante partijen afspraken worden gemaakt over alternatieve huisvesting voor het gezin. Dit overleg moet de verhuurder voldoende vertrouwen geven dat het gezin vertrekt, de hulpverlening voldoende vertrouwen dat dit gebeurt op een wijze die hun inspanningen niet doorkruist en de huurder voldoende vertrouwen dat zij en haar gezin een duurzaam huisvestingsalternatief krijgen.

ECLI:NL:RBNHO:2026:2598

Bron:Rechtbank Noord-Holland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNHO:2026:2598| 17-03-2026