Rechter dwingt moeder om met kind terug te verhuizen naar woonplaats vader

19 maart 2024 | Personen- en familierecht

Kan een ouder die alleen het gezag uitoefent over een kind zonder overleg met de andere ouder verhuizen en het kind meenemen? In deze zaak dwingt de rechtbank de moeder terug te verhuizen en moet het kind voortaan bij de vader wonen. Hij heeft inmiddels ook gezag.

Een gescheiden stel heeft één kind. Als dit 7 jaar is, verhuist de moeder, die alleen het gezag over het kind heeft, plotseling naar Polen, zonder de vader, school en sociale omgeving van het kind hiervan op de hoogte te stellen. Vader en kind hebben geen afscheid van elkaar kunnen nemen en elkaar sindsdien niet meer gezien. De man wil dat zijn kind terugverhuist, zodat hij weer omgang kan hebben. In een eerdere procedure – na de verhuizing – is het eenoudergezag van de vrouw gewijzigd in een gezamenlijk gezag.

Belang van het kind

In dit soort gevallen kijkt de rechtbank allereerst naar het belang van het kind. Toch is het denkbaar dat andere belangen zwaarder wegen. De rechter kan, als beide ouders het gezamenlijk gezag uitoefenen, de ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, verbieden op grote afstand van de andere ouder te gaan wonen. Ook kan de rechter deze ouder verplichten terug te verhuizen, als omgang tussen het kind en de andere ouder maar kan plaatsvinden. Dit geldt ook bij eenoudergezag.

Omgang

Deze vader was tot de verhuizing zeer regelmatig betrokken bij de verzorging en opvoeding van zijn kind. Dit contact is plotseling verbroken toen de moeder met het kind zonder dat te melden naar Polen vertrok. Daarmee heeft zij bewust de omgang tussen de vader en het kind afgebroken. De man heeft veel pogingen gedaan om met de vrouw in contact te komen, maar zij ging daar nooit op in. Ook in deze procedure is zij niet komen opdagen. Daarmee heeft zij de belangen van het kind niet correct gewogen, oordeelt de rechtbank. Dan is maar één maatregel passend: terugverhuizing, binnen 12 weken na deze uitspraak. Voor elke dag dat de vrouw te laat is, moet ze een dwangsom betalen van € 500, met een maximum van € 50.000.

Hoofdverblijfplaats

De vader wil dat het kind bij hem zijn hoofdverblijfplaats krijgt. Hij is bereid zijn werktijden aan te passen of zelfs een andere baan te zoeken, zodat hij de dagelijkse zorg voor het kind op zich kan nemen. Ook heeft hij een netwerk van familieleden in de buurt die hem en zijn kind kunnen helpen. In zijn huis krijgt het kind een eigen kamer en er is een basisschool in de buurt. De rechtbank ziet dat het in het belang van het kind is dat het bij de vader gaat wonen: dat biedt stabiliteit en veiligheid.

ECLI:NL:RBROT:2024:1010

Bron:Rechtbank Rotterdam| jurisprudentie| ECLI:NL:RBROT:2024:1010 C/10/639723 / FA RK 22-4064| 17-01-2024