Op onduidelijke prijsafspraak over meerwerk volgt afschrikwekkende sanctie

14 mei 2024 | Vastgoed

Als een aannemer meerwerk verricht maar daarover geen duidelijke prijsafspraken maakt, loopt hij het risico op een forse sanctie.

Een aannemersbedrijf verricht in opdracht van een vrouw werkzaamheden aan haar appartement. In overleg is er meerwerk uitgevoerd: het doorbreken van een muurtje tussen de wc-ruimte en meterkast en het verplaatsen van een deur. Daarvoor offreert de aannemer € 1.800. Daarna vraagt de vrouw om nog wat extra werk te doen: het maken van een inbouwkast met planken en deuren en het leggen van ongeveer één m² parket. Voor dat meerwerk brengt de aannemer € 25.332 in rekening. Over het meeste meerwerk is geen prijs afgesproken. Als de vrouw weigert dit te betalen, stapt de aannemer naar de rechtbank Amsterdam.

Consumentenovereenkomst

Omdat het aannemersbedrijf een professionele partij is en de vrouw een consument, moet de rechtbank beoordelen of de afspraken wel eerlijk zijn, zelfs als partijen daarover zelf niet beginnen. De regels over oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten zijn namelijk van Europees recht en het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geoordeeld dat een rechter die regels ambtshalve (uit zichzelf) moet toepassen.

Kernbeding

Een prijsafspraak is een kernbeding: een essentieel onderdeel van de overeenkomst. De rechtbank mag alleen toetsen of een kernbeding oneerlijk is als dit niet transparant is, dus als het de consument onvoldoende duidelijkheid biedt. Hier was het kernbeding niet transparant: er was geen enkele afspraak gemaakt over de prijs voor het meerwerk. In dat geval moet de rechtbank toetsen of die afspraak eerlijk was. Hier zou de aannemer werk uitvoeren zonder dat de consument vooraf ook maar enig idee had wat dit zou gaan kosten. Bij zo’n afspraak is de consument volledig afhankelijk van de prijs die de aannemer er achteraf voor vraagt. Deze prijsafspraak was oneerlijk.

Oneerlijk beding

Nu het beding oneerlijk is, kan de rechter dit vernietigen. Maar omdat de prijs een essentieel onderdeel is van de aannemingsovereenkomst, zou de hele overeenkomst moeten worden vernietigd. Dat zou ertoe leiden dat deze overeenkomst nooit heeft bestaan en dat de werkzaamheden die al zijn uitgevoerd ongedaan moeten worden gemaakt. Wel kan de rechtbank een sanctie zetten op het oneerlijke beding, en die moet afschrikkend zijn.

Afschrikwekkend

De vrouw is bereid € 5.000 voor het meerwerk te betalen. Als zij dat betaalt, laat de rechtbank de overeenkomst in stand. Omdat dit bedrag ruim vijf keer lager is dan het bedrag dat het aannemersbedrijf vorderde, is deze sanctie voldoende afschrikwekkend.

ECLI:NL:RBAMS:2024:1998

Bron:Rechtbank Amsterdam| jurisprudentie| ECLI:NL:RBAMS:2024:1998| 05-03-2024