Onterfde dochter kan geen verantwoording eisen over uitgavenpatroon overleden vader

20 februari 2024 | Personen- en familierecht

Een dochter, onterfd door haar vader, vindt dat de legitieme portie € 1.200 hoger had moeten zijn dan de executeur van de nalatenschap heeft vastgesteld. Daarvoor start zij een gerechtelijke procedure.

Een vader heeft zijn dochter onterfd, zodat zij alleen aanspraak kan maken op haar legitieme portie. Die is pas opeisbaar na het overlijden van de moeder van de dochter, zo staat in het testament van de vader. De moeder is executeur van de nalatenschap van haar overleden man. In het testament staat dat zij een boedelbeschrijving moet opmaken. Die beschrijving wordt door de dochter niet geaccepteerd.

Boedelbeschrijving

De dochter beweert dat er op de overlijdensdatum van haar vader veel meer contant geld aanwezig had moeten zijn dan haar moeder stelt. Uit bankafschriften blijkt dat in de vijf jaren vóór het overlijden gemiddeld per maand € 801 aan contant geld is opgenomen door de ouders. De helft was volgens de dochter bedoeld voor de boodschappen. Hierdoor had, berekend over vijf jaar, € 24.000 aan contanten aanwezig moeten zijn op de overlijdensdatum – en geen € 85, zoals de moeder in de boedelbeschrijving heeft opgegeven. De dochter berekent op basis daarvan de legitieme portie op € 7.420, volgens de moeder is dat € 6.220. De rechtbank Overijssel wordt gevraagd dit geschil te beslechten.

Geen verantwoording

De moeder is duidelijk: zij en haar overleden man betaalden vaak met contant geld, en dat is tijdens het leven van de man uitgegeven. De moeder vindt dat zij geen verantwoording hoeft af te leggen over de levensstijl van haar en haar man. De rechtbank gaat daar in mee. De dochter heeft niet aangetoond dat er veel meer dan € 85 aan contanten aanwezig had moeten toen haar vader overleed. Zij heeft slechts geschat dat, rekening houdend met de kosten voor levensonderhoud, een veel hoger bedrag aanwezig had moeten zijn. De moeder heeft echter toegelicht dat zij en haar man ook grotere uitgaven deden met contant geld, wat de dochter ook toegeeft.

Naar eigen goeddunken

Omdat de vader niet onder curatele stond en zijn goederen niet onder bewind, kon hij zijn leven invullen zoals hij dat wenste. De dochter kan, als legitimaris, niet achteraf rekening en verantwoording eisen over de leefwijze van haar vader en zijn uitgavenpatroon. De vader was vrij om bij leven naar eigen goeddunken zijn geld uit te geven. De dochter kan daartegen niet opkomen met een beroep op haar legitieme portie. De moeder heeft de legitieme portie correct berekend: € 6.220.

ECLI:NL:RBOVE:2024:425

Bron:Rechtbank Overijssel| jurisprudentie| ECLI:NL:RBOVE:2024:425 C/08/286749 / HA ZA 22-350| 23-01-2024