Onderlinge leningen tussen bestuurder en BV moeten op papier staan

14 december 2023 | Insolventierecht

Het komt regelmatig voor dat bestuurders van een BV geld lenen aan en van de BV. Die kunnen kruislings worden verrekend. Maar in faillissement moet wel duidelijk op papier staan dat er over en weer leningen zijn afgesloten. Wie anders zonder rechtsgrond, vlak voor een faillissement, geld uit de BV haalt, heeft een probleem met de curator.

Een BV wordt eind november 2021 failliet verklaard. Een man en een vrouw (een echtpaar) zijn afwisselend indirect enig bestuurder geweest. De BV is in maart 2020 opgericht om bouwwerkzaamheden te verrichten. De man heeft in die periode, tot vlak voor het faillissement € 173.126 van de BV ontvangen en € 2.890 aan de BV overgemaakt. De vrouw kreeg € 11.620 van de BV en maakt € 250 aan de BV over.

Onverschuldigde betaling

De curator vraagt om opheldering. Het echtpaar verwijst naar een grootboekrekening, waaruit zou blijken dat het zou gaan om leningen van de bestuurders aan de BV, die de BV nu terugbetaalt. Bij de rechtbank Amsterdam vordert de curator de bedragen (de saldi) terug: beiden hebben volgens de curator zonder rechtsgrond geld aan de BV onttrokken. De curator gelooft niets van de leningen en kwalificeert de betalingen als onverschuldigd. Hij laat vast conservatoir beslag leggen op de gelden, zodat die veilig zijn mocht de curator de zaak winnen.

Kruislingse verrekeningen

Het echtpaar spreekt van ‘kruislingse verrekeningen’ tussen verschillende onderdelen van de BV maar daaraan twijfelt de curator: de rekening-courantovereenkomst zit niet in de administratie van de BV en het echtpaar heeft daar ook niet eerder op gewezen. Duidelijk is in ieder geval dat de rekening-courantovereenkomst zeker geen betrekking kan hebben op de vrouw: wat zij aan de BV heeft onttrokken kon niet worden verrekend met welke vordering dan ook. Dat zij de BV moet terugbetalen is daarmee wel duidelijk.

Geen grondslag

Het beroep van de man op de kruislingse verrekening kan alleen slagen, aldus de rechtbank, als vast staat dat hij daadwerkelijk vorderingen had op de BV en dochterondernemingen daarvan, maar dat dat staat allerminst vast. De curator gaat ervan uit dat er geen grondslag is en dat deze betalingen onverschuldigd zijn gedaan. Nu er geen bewijs is voor de kruislingse verrekening, moet ook de man zijn ‘lening’ terugbetalen.

Incassokosten

Daar blijft het echter niet bij. De curator heeft voldoende gesteld dat zij buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt: meerdere brieven (met sommaties) naar het echtpaar en pogingen om een bespreking met hen te plannen. Deze incassokosten moet het echtpaar ook vergoeden: de man € 2.492, de vrouw € 891. Daar komen nog Nederlandse beslagkosten bovenop (de rekening van een gerechtsdeurwaarder, € 4.671), salaris van de advocaat (€ 1.880), en Duitse beslagkosten (€ 6.116). Dat laatste betreft rekeningen, die de curator heeft betaald aan haar Duitse advocaat voor beslaglegging in Duitsland. Elk van de echtgenoten moet de helft van deze kosten betalen.

ECLI:NL:RBAMS:2023:7067

Bron:Rechtbank Amsterdam| jurisprudentie| ECLI:NL:RBAMS:2023:7067 C/13/719326 / HA ZA 22-494| 13-06-2023