Onderhoudsplicht kind kan door vennootschap van pa worden betaald – tot de 21e verjaardag

13 februari 2024 | Insolventierecht

De dochter van de bestuurder van failliete vennootschappen heeft wel heel veel geld kregen. Dat was voor de onderhoudsplicht, stelt de vader. Hij krijgt deels gelijk van de rechtbank.

Twee vennootschappen worden failliet verklaard. De dochter van de bestuurder staat ook op de loonlijst. Zij krijgt een salaris (rond het minimumloon), maar de curator constateert zij daarnaast betalingen (zonder omschrijving op het bankafschrift) heeft ontvangen, van in totaal € 29.433. Omdat hiervoor geen goede verklaring wordt gegeven, vordert de curator dat bedrag terug van de dochter. Dit bedrag is onverschuldigd betaald, anders is zij hierdoor ongerechtvaardigd verrijkt.

Kosten van levensonderhoud

De vader beweert dat het gaat om de kosten van levensonderhoud en studie van hun jongmeerderjarige dochter, die ouders verplicht zijn te betalen. Deze vader betaalde dit echter niet uit eigen zak, dat deden de vennootschappen. Dat mag, stelt hij: een verbintenis kan ook worden nagekomen door een ander dan de schuldenaar. Hier werd deze verplichting deels ‘verpakt’ als loonbetalingen.

Schuldovername

Schuldovername is inderdaad toegestaan, oordeelt de rechtbank Noord-Holland, die deze zaak behandelt. Een voorwaarde is wel dat de derde (de vennootschappen) zich ervan bewust moet zijn dat de verbintenis op een ander dan hemzelf rust en dat hij moet beogen die verbintenis voor de ander (de vader) te voldoen. Bij schuldovername is nakoming door de derde niet onverschuldigd en kan de derde tegenover de schuldeiser geen ongedaanmaking vorderen.

Tot haar 21e verjaardag

De dochter moet wel bewijzen dat het gaat om een (onderhouds)verplichting van de vader. Volgens de rechtbank slaagt zij daarin voor zover het de betalingen betreft tot haar 21e verjaardag. Tot die leeftijd moeten ouders betalen. Ook is voldoende aangetoond dat de gefailleerde vennootschappen het oogmerk hadden om de verbintenis van de vader te voldoen, nu hij de enige bestuurder van een van de vennootschappen was en de feitelijk leidinggevende van de andere vennootschap. Deze betalingen, gedaan voordat de dochter 21 werd, zijn niet onverschuldigd gedaan. Er is geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking aan de zijde van de dochter.

Na haar 21e

Anders is het met de bedragen, die de vennootschappen na haar 21e verjaardag aan de dochtere hebben betaald. Na haar 21e had de dochter geen recht meer op levensonderhoud. Zij beroept zich op een ‘verlengde (morele) onderhoudsverplichting’, wat volgt uit mondelinge afspraken en ouderschapsplannen, die in het verleden tussen haar vader en zijn ex-echtgenote zijn gemaakt. Zolang de dochter studeert, zouden haar huur, studie en boodschappen worden betaald. Maar zij kan niet aantonen dat die afspraken daadwerkelijk zijn gemaakt. En dan nog: waarom zouden de vennootschappen maandelijks € 1.650 betalen als daar geen werkzaamheden tegenover stonden? Die bedragen zijn onverschuldigd betaald aan de dochter en die moet zij aan de curator terugbetalen.

ECLI:NL:RBNHO:2024:126

Bron:Rechtbank Noord-Holland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNHO:2024:126 C/15/338159 / HA ZA 23-183| 09-01-2024