Een vrouw is slachtoffer van phishing fraude. Ze verliest haar totale banksaldo van meer dan € 33.000. Bij de rechtbank Amsterdam vordert ze dit bedrag van de bank terug. Zonder succes. De rechtbank vindt dat de vrouw nalatig is geweest.
Derden hebben zich met een phishing-bericht naar de vrouw voorgedaan als de bank. Op die manier hebben zij haar inlogcodes verkregen en toegang tot haar online bankomgeving. Zo konden zij haar banksaldo overmaken naar hun eigen bankrekening. Tussen het phishing-bericht en het moment dat haar banksaldo werd overgemaakt heeft de vrouw twee waarschuwingsberichten van de bank gekregen, waarop zij geen actie ondernam.
Niet toegestane betaling
De betaling aan de bankrekening van de fraudeurs is een zogenaamde ‘niet toegestane betaling’; een betaling zonder instemming van de klant. Volgens de wet moet zo'n betaling door de bank aan de klant worden teruggestort. Dit hoeft niet te gebeuren als de klant opzettelijk of met grove nalatigheid voorwaarden over veilig gebruik van een betaalinstrument niet is nagekomen. Volgens de bank is daar in dit geval sprake van. In de algemene voorwaarden van de bank staan veiligheidsvoorschriften bij het gebruik van de betaalrekening, waaronder specifieke voorschriften ter voorkoming van phishing. Hierin staat bijvoorbeeld dat de bank nooit om inlogcodes vraagt en dat klanten hun inlogcodes nooit met derden moeten delen. Ook wordt in de voorwaarden vermeld dat de klant zich ervan bewust moet zijn dat phishing plaatsvindt.
Vernietigbaar
Volgens de vrouw zijn de veiligheidsvoorschriften uit de algemene voorwaarden vernietigbaar, omdat ze onredelijk bezwarend zijn. Ze vindt dat de bank met de voorwaarden de verplichtingen ter voorkoming van financieel gevaar voor rekeninghouders onterecht afschuift op de rekeninghouder. De rechtbank verwerpt dit beroep. Omdat phishing een oplichtingstruc is waarbij het slagen ervan afhankelijk is van de mate waarin de rekeninghouder misleid wordt, is het bewust maken van klanten volgens de rechtbank juist een zeer voor de hand liggend preventiemiddel.
Grove nalatigheid
Volgens de rechtbank is sprake van grove nalatigheid aan de kant van de vrouw, waardoor de bank niet verplicht is het verloren banksaldo aan haar terug te betalen. De vrouw is door de bank diverse keren preventief ingelicht over en gewaarschuwd voor phishing. De rechtbank heeft er begrip dat zij het phishing-bericht aanzag als een bericht van de bank, maar vindt dat zij had moeten handelen naar aanleiding van de waarschuwingsberichten van de bank. Had ze dat gedaan, dan had de fraude niet kunnen plaatsvinden. Van tekortschieten van de bank in haar zorgplicht, zoals door de vrouw is gesteld, is dan ook geen sprake. De bank hoeft aan deze klant niets te betalen.
