Misbruik van procesrecht moet niet te snel worden aangenomen

21 november 2023 | Insolventierecht

Wie zelf ervan overtuigd is dat zijn vordering tegen een ander geen kans maakt, behoort niet te procederen. Dat is misbruik van procesrecht. Deze curator werd daarvan beschuldigd, maar had zijn bevoegdheid om in hoger beroep te gaan toch niet misbruikt.

Als een besloten vennootschap (bv) failliet wordt verklaard, stelt de curator de bestuurder aansprakelijk voor de schade omdat hij zijn taken onbehoorlijk heeft vervuld. Zo vonden er in het zicht van het faillissement ‘verdachte’ transacties plaats. Er werden gelden naar de bestuurder gesluisd, waardoor er voor de crediteuren van de bv niets meer overbleef. Als de rechtbank deze zaak behandelt, wijst de bestuurder op een afspraak die hij met de curator zou hebben gemaakt: de bestuurder zou niet aansprakelijk worden gesteld. De curator ontkent het bestaan van die afspraak, die ook niet op papier staat. De rechtbank hoort meerdere getuigen en oordeelt dat de afspraak is bewezen: de bestuurder mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat hij zou worden gevrijwaard van bestuurdersaansprakelijkheid.

Proceskosten

De curator wil in hoger beroep en krijgt daarvoor een machtiging van de rechter-commissaris. Ook bij het gerechtshof verliest de curator. Hij wordt veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de bestuurder. Als hij die niet betaalt, stelt de bestuurder de curator – én de curator in persoon – aansprakelijk voor zijn schade. Bij de rechtbank Rotterdam stelt de bestuurder dat de curator te lichtvaardig tegen hem heeft geprocedeerd door eerder in hoger beroep te gaan. Dit is misbruik van procesrecht, wat de bestuurder veel geld (advocaatkosten) heeft gekost. Dat moet de curator betalen.

Misbruik van procesrecht

Heeft de curator te lichtvaardig geprocedeerd? Misbruik van procesrecht moet niet te snel worden aangenomen, blijkt uit eerdere rechtspraak. In het Europese mensenrechtenverdrag is de toegang tot de rechter gewaarborgd. Er is pas sprake van misbruik van procesrecht als het instellen van een vordering, die evident ongegrond is, in verband met de belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven. Dan moet de eiser zijn vordering baseren op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Deze norm geldt ook voor een curator.

Kans van slagen

De vraag is dan: wist de curator, of behoorde hij te weten, dat zijn zaak tegen de bestuurder geen kans van slagen had vanwege de vrijwaringsafspraak? Die afspraak was er wel, oordeelde de rechter, maar de rechter-commissaris – die de curator moest machtigen om hoger beroep aan te tekenen – schatte in dat het gerechtshof daar anders over zou oordelen. De curator had dus bij het hof een kans van slagen, juist omdat hij die afspraak altijd heeft betwist en deze niet schriftelijk is vastgelegd. Wie dan in hoger beroep gaat, maakt geen misbruik van zijn procesrecht, ook al verliest de eiser (de curator) de procedure bij het gerechtshof alsnog.

ECLI:NL:RBROT:2023:9371

Bron:Rechtbank Rotterdam| jurisprudentie| ECLI:NL:RBROT:2023:9371 C/10/650801 / HA ZA 23-29| 17-10-2023