Minderheidsaandeelhouders moeten ‘redelijke’ vergoeding krijgen voor hun aandelen

20 februari 2024 | Ondernemingsrecht

Een meerderheidsaandeelhouder, die meer dan 95 procent van de aandelen houdt, kan minderheidsaandeelhouders dwingen hun aandelen over te dragen. Maar dan moeten zij wel een ‘reële en redelijke’ prijs krijgen. Dat is in deze zaak niet het geval.

Een Belgisch bedrijf bouwt haar aandelenportefeuille in een Nederlandse NV, die skihallen bouwt en exploiteert, langzaam op. Bij iedere aandelentransactie neemt het belang toe, tot het bedrijf 95,25 procent van de aandelen heeft. Dat percentage is belangrijk: op grond van de wet kan een grootaandeelhouder die minimaal 95 procent van de aandelen houdt, de resterende minderheidsaandeelhouders uitkopen. Zij zijn verplicht daaraan mee te werken. Maar ze moeten dan voor hun aandelen wel een ‘reële en redelijke’ vergoeding krijgen.

Uitkoopprocedure

De Ondernemingskamer (gerechtshof Amsterdam) stelt vast, dat aan de voorwaarden voor de uitkoopprocedure is voldaan. Maar over de waarde van de over te nemen aandelen bestaat een geschil. Het Belgisch bedrijf is bereid € 10,50 per aandeel te betalen. Dat bedrag is gebaseerd op een waarderingsrapport van een (eigen) deskundige. Dat bevat allerlei berekeningsmethoden, historische transacties van de NV, vergelijkingen met andere bedrijven en een analyse van de beurskoers van de aandelen in de NV over het laatste jaar. Bij het opstellen van het waarderingsrapport is uitsluitend gebruikgemaakt van openbare informatie: jaarverslagen, voorlopige cijfers en sectorvooruitzichten die banken hebben opgesteld. De minderheidsaandeelhouders vinden het waarderingsrapport niet betrouwbaar, niet volledig en daarom niet juist: de uitkoopprijs van € 10,50 is veel te laag.

Geen redelijke prijs

De wet bepaalt dat de rechter de prijs vaststelt van de over te dragen aandelen op een door hem te bepalen dag (de peildatum). De Ondernemingskamer kan één of drie deskundigen benoemen om die waarde te bepalen. In dit geval is het waarderingsrapport niet toereikend. De financiële schade, die de NV heeft geleden door de coronapandemie en de sterke stijging van de energieprijzen, zijn niet in de berekening meegenomen, terwijl die heel belangrijk zijn voor een skihallenexploitant. Ook zijn de laatste jaarrekeningen niet vastgesteld en heeft er zelfs nog geen accountantscontrole plaatsgevonden. Het waarderingsrapport is opgesteld op basis van uitsluitend publieke informatie, zoals persberichten van de NV waarin alleen voorlopige cijfers staan vermeld, en de verwachtingen die banken hebben voor de vrijetijdssector (waarin de NV actief is). De beurskoers van het aandeel varieerde in het laatste jaar tussen € 9,50 en € 12,10, maar in de jaren daarvoor stond het aanzienlijk hoger genoteerd.

Onafhankelijke deskundige

Een prijs van € 10,50 per aandeel is geen reële en redelijke vergoeding voor de over te dragen aandelen, oordeelt de Ondernemingskamer om vervolgens een onafhankelijke deskundige te benoemen, die de waarde moet onderzoeken. De kosten voor deze deskundige moet het Belgische bedrijf betalen. Het onderzoeksbudget wordt in een latere procedure vastgesteld.

ECLI:NL:GHAMS:2024:198

 

Bron:Gerechtshof Amsterdam| jurisprudentie| ECLI:NL:GHAMS:2024:198 200.327.963/01 OK| 22-01-2024