Man blijft erfgenaam ondanks doden van echtgenoot tijdens psychose

11 maart 2026 | Personen- en familierecht

Mag een man erven van een echtgenote die hij zelf om het leven brengt? De rechtbank Midden-Nederland oordeelt in deze uitspraak dat een echtgenoot die zijn vrouw tijdens een psychose doodt, toch mag erven.

Een vrouw overlijdt nadat haar echtgenoot haar heeft gewurgd. De strafrechter acht dit feit bewezen. Maar de man handelde in een psychose als gevolg van een ernstige psychische stoornis. Daarom wordt hij volledig ontoerekeningsvatbaar geacht. Hij wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en krijgt de maatregel van tbs met voorwaarden opgelegd. Tegen deze beslissing loopt nog een strafrechtelijk cassatieprocedure.

Geen testament

De vrouw heeft geen testament. Daarom is volgens de wet haar echtgenoot haar enige erfgenaam. De moeder en zus van de overleden vrouw zijn het daar niet mee eens. Zij starten een civiele procedure bij de rechtbank Midden-Nederland. Zij willen dat de rechter bepaalt dat de man onwaardig is om te erven omdat hij de vrouw opzettelijk heeft gedood.

Juridisch kader

Volgens de wet is iemand onwaardig te erven wanneer hij onherroepelijk is veroordeeld voor het ombrengen van de erflater. Het idee daarachter is dat iemand niet mag profiteren van een misdrijf tegen degene van wie hij erft. Daarnaast kan in uitzonderlijke gevallen de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid ertoe leiden dat een erfgenaam geen aanspraak kan maken op een nalatenschap.

Ontslagen van rechtsvervolging

De rechtbank wijst de vorderingen van de moeder en zus af. Doorslaggevend is dat de echtgenoot niet strafrechtelijk is veroordeeld. Omdat hij ontoerekeningsvatbaar is verklaard en is ontslagen van alle rechtsvervolging, voldoet de situatie niet aan het vereiste van een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid slaagt niet. Volgens de rechtbank is daarvoor slechts ruimte in zeer uitzonderlijke omstandigheden. Dat de man zijn vrouw tijdens een psychose heeft gedood en dat dit grote impact heeft op de nabestaanden, is op zichzelf onvoldoende om hem het erfrecht te ontzeggen.

Beuningse martelmoord

De nabestaanden beroepen zich nog zonder succes op de zogenoemde Beuningse martelmoord. In die zaak doodde een echtgenoot zijn vrouw en werd hij door de Hoge Raad ondanks ontoerekeningsvatbaarheid toch onwaardig om te erven verklaard. Maar de rechtbank vindt dat de zeer ernstige omstandigheden uit de Beuningse martelmoord niet te vergelijken zijn met de omstandigheden in deze zaak. De echtgenoot blijft daarom voorlopig – zolang in cassatie in de strafzaak niet anders wordt geoordeeld over zijn ontoerekeningsvatbaarheid – erfgenaam.

ECLI:NL:RBMNE:2026:741

Bron:Rechtbank Midden-Nederland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBMNE:2026:741| 20-01-2026