In kort geding geen ruimte voor beoordeling verzoek tot woningruil

30 april 2024 | Vastgoed

Een huurder van een sociale huurwoning wil met zijn zoon ruilen van woning. De woningcorporatie wil niet meewerken, waardoor de man zich met zijn verzoek wendt tot de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland. Deze wijst het verzoek af, onder meer omdat geen sprake is van spoedeisendheid.

De man huurt al enige tijd een sociale woning van een woningcorporatie. Het is een vijfkamerwoning met drie woonlagen en twee trappen. De zoon van de man huurt ook een woning bij deze corporatie: een gelijkvloerse woning in een andere plaats. Vader en zoon willen een woningruil. De vader zou graag in de gelijkvloerse woning van zijn zoon wonen, omdat hij een operatie moet ondergaan en daarna moet revalideren. De zoon wil graag in de woning van zijn vader wonen, zodat hij dichterbij zijn kinderen is. De woningcorporatie weigert aan het verzoek mee te werken. De vader vraagt de kantonrechter in kort geding te beslissen over het verzoek om woningruil.

Geen spoedeisend belang

Het loopt in deze zaak voor de huurder al spaak voordat er inhoudelijk naar is gekeken. De kantonrechter oordeelt namelijk dat geen sprake is van een spoedeisend belang. De huurder stelt weliswaar dat hij met spoed een gelijkvloerse woning nodig heeft zodat zijn operatie kan worden gepland, maar volgens de kantonrechter zijn er genoeg alternatieven. Aan de man zijn verschillende andere woningen aangeboden en het is niet duidelijk waarom hij niet naar een revalidatiekliniek of andere revalidatiebestemming kan gaan. Alleen al om deze reden wordt de vordering afgewezen. De kantonrechter voegt daaraan toe dat in kort geding geen ruimte is om te beslissen over de vordering van de vader, nu een toewijzing nieuwe rechtsverhoudingen in het leven zou roepen en dit in strijd is met het voorlopige karakter van het kort geding.

Woningruil

De kantonrechter overweegt daarna ten overvloede dat – ook al zou in kort geding naar de vordering kunnen worden gekeken – de vordering zou worden afgewezen. Daarbij wijst de kantonrechter erop dat niet is voldaan aan de wettelijke eisen voor woningruil. Een verzoek daartoe kan alleen worden toegewezen bij een zwaarwegend belang van de huurder, dat zwaarder weegt dan het belang van de verhuurder. Daar is hier volgens de kantonrechter geen sprake van. De vader heeft niet duidelijk gemaakt waarom hij tijdens zijn revalidatie geen gebruik kan maken van een kliniek of na de operatie niet terug kan naar zijn eigen huis als dat wat wordt aangepast. De kantonrechter hecht belang aan dat laatste, omdat de man ter zitting heeft verklaard liever een traplift in zijn huis te plaatsen dan te verhuizen naar een woning zonder buitenruimte.

Eerlijke verdeling

Verder kan de huurder via de 'regeling doorstroming seniorenwoningen' eenvoudig aan een gelijkvloerse woning komen. De woningcorporatie heeft er daartegenover belang bij te zorgen voor een eerlijke verdeling van de schaarse sociale woningen. Door deze woningruil zou het toewijzingsbeleid worden doorkruist en worden gezinnen die langer op de wachtlijst staan gedupeerd. De kantonrechter benadrukt dat hij dan ook verwacht dat ook in een bodemprocedure het verzoek op basis van deze belangenafweging zal worden afgewezen.

ECLI:NL:RBNHO:2024:3021

Bron:Rechtbank Noord-Holland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNHO:2024:3021| 27-03-2024