In de meeste gevallen hebben beide ouders het gezag over hun kinderen. Soms is het noodzakelijk dat een van beiden dit verliest, omdat dit beter is voor de kinderen.
Ook in deze zaak zijn beide ouders belast met het ouderlijk gezag over hun twee kinderen, die onder toezicht zijn gesteld van een gecertificeerde instelling. Op enig moment verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming de rechtbank Noord-Holland het gezag van de vader te beëindigen. De kinderen zijn opgegroeid in een moeilijke opvoedingssituatie en zijn getuige geweest van ruzies en spanningen tussen de ouders. De kinderen wonen sinds 2014 bij de moeder; zij draagt met ondersteuning van de hulpverlening alleen de zorg voor hen. Sinds een incident in 2022 is het contact tussen de vader en de kinderen gestopt.
Stress en onrust
Op dit moment gaat het goed met de kinderen, die een goede band hebben met de moeder en profiteren van de rust nu er geen omgang met de vader is. De vader kampt met persoonlijke problematiek en ervaart hierdoor stress en onrust. Hij kan onvoorspelbaar en onbetrouwbaar zijn in zijn gedragingen en zich dreigend uiten richting moeder en de gezinsvoogd. Hij is het niet eens met de beëindiging van zijn gezag. Hij mist zijn kinderen ontzettend. De moeder en de gecertificeerde instelling staan achter het verzoek van de Raad.
Gezagsbeëindiging
Gezagsbeëindiging is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Dit is mogelijk indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen, én als de ouder het gezag misbruikt. De rechtbank erkent dat gezagsbeëindiging een verstrekkende en ingrijpende maatregel is voor het gezinsleven. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft bepaald dat beëindiging van het ouderlijk gezag slechts mogelijk is als blijkt dat voortzetting van de familieband schadelijk is voor het kind. De rechtbank dient te beoordelen of dit hier aan de hand is.
Gezagsbeslissingen
Op dit moment, zo constateert de rechtbank, worden de kinderen nog steeds ernstig bedreigd in hun ontwikkeling. De eerste ondertoezichtstelling dateert al van 2015. Vanwege hun verleden hebben de kinderen extra behoefte aan een opvoedsituatie waarbij sprake is van rust, structuur en duidelijkheid. De kinderen geven aan geen omgang met hun vader te willen. Dat heeft bij hen voor rust gezorgd. De vader is niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van kinderen te dragen binnen een voor hen aanvaardbare termijn. Hij werkt onvoldoende mee aan gezagsbeslissingen voor de kinderen. Daardoor zijn de kinderen bijvoorbeeld te laat op scholen ingeschreven, wat niet in hun belang was. Er is voldaan aan de wettelijke criteria voor gezagsbeëindiging, zodat alleen de moeder voortaan is belast met het gezag over de kinderen. Dat de vader veel moeite heeft met het verlies van het gezag over de kinderen, vindt de rechtbank begrijpelijk. De rechtbank benadrukt wel dat hij altijd de vader van de kinderen zal blijven, en dat deze beslissing daar niets aan verandert.
