Een man is jaren geleden door de strafrechter vrijgesproken van seksueel contact met zijn toen minderjarige stiefdochter. Als hij en zijn nieuwe vrouw uit elkaar gaan, eist zij in een civiele zaak dat haar ex-man geen contact meer mag hebben met hun minderjarige dochter. De civiele rechter mag de eerdere strafzaak meewegen in zijn beslissing, ook al was sprake van vrijspraak.
Een gescheiden echtpaar heeft een minderjarige dochter. Beide ouders hebben het gezag over haar. Het meisje woont bij de moeder. Op zondagen heeft het kind onder haar toezicht gedurende drie uur contact met haar vader. Na een incident tussen de ouders, waarbij de vader de moeder slaat, krijgt hij een contact- en gebiedsverbod opgelegd. Nu start de moeder een procedure bij de civiele rechter (rechtbank Noord-Holland): zij wil niet dat de vader nog met hun kind omgaat. Zij vreest voor haar veiligheid.
Oordeel strafrechter
In beginsel is de omgang tussen ouder en kind in het belang van het kind, maar die omgang moet wel veilig zijn, stelt de rechtbank. In dit gezin was sprake van ex-partnergeweld, het kind was hier getuige van. De man is tien jaar geleden veroordeeld voor seksueel contact met zijn toen 12-jarige stiefdochter. Later heeft het gerechtshof hem vrijgesproken. Dit laatste betekent echter niet dat aan de verklaring van de stiefdochter in een civiele procedure geen waarde mag worden toegekend. Het oordeel van de strafrechter dat een bepaald feit niet bewezen wordt verklaard, bindt de civiele rechter namelijk niet. Die kan de verklaringen van de stiefdochter, die door het gerechtshof authentiek werden geacht, ook authentiek achten. Dat geldt ook voor de aangifte die is gedaan door de 15-jarige dochter van vrienden, waarover de vader als verdachte door de politie is gehoord. Zelfs als deze strafzaak wordt geseponeerd bij gebrek aan bewijs, betekent dit nog niet dat de civiele rechter op die aangifte geen acht mag slaan.
Signalen
De civiele rechter concludeert dat de aangiftes op z’n minst signalen opleveren van mogelijk seksueel misbruik van minderjarige meisjes door de man in het verleden. Op de zitting verklaart de moeder dat zij op dit punt nog geen zorgen heeft over het contact tussen de vader en het meisje; haar zorgen zien meer op de toekomst, als zij wat ouder wordt.
Omgangsregeling
De rechtbank vindt het voor een gezonde identiteitsontwikkeling van het meisje belangrijk dat zij contact heeft met haar vader. Dat moet dan ook worden hervat. Het verzoek van de moeder dat vader en dochter niet meer met elkaar mogen omgaan, wijst de rechtbank af. Wel moeten de ouders, zoals ook Veilig Thuis adviseert, zich aanmelden bij een hulpverleningsorganisatie. Via een Begeleide Omgangsregeling kan het kind onder begeleiding contact hebben met haar vader, eventueel in aanwezigheid van haar moeder, zodat zij kan horen wat de vader in het Turks tegen het kind zegt.
