Geen schadevergoedingsplicht voor zus na wegsturen broer bij uitvaart moeder

19 februari 2025 | Personen- en familierecht

Een man wordt door zijn zus vriendelijk verzocht de uitvaart van hun moeder te verlaten vanwege een ruzie. Hij eist bij de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland een schadevergoeding vanwege emotionele schade. Dat verzoek wordt afgewezen.

De broer eist een immateriële schadevergoeding van € 15.000 van zijn zus, omdat zij hem via de uitvaartverzorger net voor de aanvang van de uitvaart van hun moeder heeft gevraagd de uitvaart te verlaten. Dit omdat hij ruzie had met zijn moeder, toen zij nog leefde. De broer zegt emotionele schade te hebben geleden, nu zijn zus hem de mogelijkheid heeft ontnomen om afscheid te nemen van zijn moeder.

Schade

Op basis van de wet kan het ontnemen van de mogelijkheid om afscheid te nemen van een overleden ouder onrechtmatig zijn en tot schadeplichtigheid leiden. Van een schadevergoeding kan alleen sprake zijn als de aansprakelijke persoon het oogmerk had nadeel toe te brengen of als sprake is van lichamelijk letsel, schade aan de eer of goede naam of aantasting van de persoon. 

Oogmerk

Het oogmerk moet gericht zijn op het toebrengen van specifiek de immateriële schade. Volgens vaste rechtspraak is de enkele omstandigheid dat iemand opzettelijk een situatie heeft geschapen waardoor ander nadeel dan vermogensschade is toegebracht onvoldoende om te concluderen dat sprake is van het oogmerk om immateriële schade toe te brengen. 

Aankondiging 

Volgens de kantonrechter ontbreekt dit oogmerk, nu de zus haar broer geen nadeel wilde toebrengen. Zij heeft hem voor aanvang van het afscheid via de uitvaartverzorger verzocht (en niet verplicht) weg te gaan bij de uitvaart. Ze vroeg dat omdat ze bang was dat zijn onaangekondigde aanwezigheid een waardige afscheidsdienst in de weg zou staan. Het verzoek was vervelend voor hem, maar volgens de kantonrechter is niet gebleken dat de zus hiermee het oogmerk had haar broer nadeel toe te brengen. 

Geen contact

De kantonrechter weegt daarbij mee dat de broer al enige tijd geen contact meer had met zijn moeder en zus en dat hij er rekening mee had moeten houden dat zijn onaangekondigde aanwezigheid de nodige emoties bij de zus zou oproepen. Hij had zijn komst op zijn minst kunnen aankondigen of met zijn zus kunnen bespreken hoe hij afscheid van zijn moeder kon nemen. Door dat niet te doen heeft hij er naar het oordeel van de kantonrechter zelf aan bijgedragen dat hem is gevraagd de dienst te verlaten. 

Geen schadevergoeding

Verder kan van schade aan de eer of goede naam of van aantasting van de persoon niet worden gesproken. Voor aantasting van de persoon moet op basis van rechtspraak in een geval als dit sprake zijn van een aantoonbaar in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Dit heeft de man niet kunnen aantonen. Hij heeft daarom geen recht op schadevergoeding.

ECLI:NL:RBNHO:2025:118

 

Bron:Rechtbank Noord-Holland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNHO:2025:118| 08-01-2025