Gebruik pand als shisha-lounge in strijd met bestemmingsplan

29 februari 2024 | Bestuursrecht

Een pand met horeca-bestemming wordt gebruikt als shisha-lounge. Aan de huurder en de eigenaar van het pand wordt een last onder dwangsom opgelegd; de verkoop van waterpijp in het pand is in strijd met het bestemmingsplan en voor de aanleg van een ventilatiepijp was geen vergunning. De verkoop van waterpijp moet stoppen en de aanleg van de ventilatiepijp ongedaan worden gemaakt.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State buigt zich over de last onder dwangsom, nadat de rechtbank Den Haag deze in stand heeft gelaten. De huurder en de eigenaar zijn het niet eens met de last onder dwangsom. De huurder vindt dat hij waterpijp mocht verkopen omdat dit ook al gebeurde voordat het bestemmingsplan in werking trad. De ventilatiepijp mocht volgens hem worden aangelegd, omdat daarvoor wel een omgevingsvergunning zou worden verleend. De eigenaar vindt dat hij niet als overtreder kan worden aangemerkt; hij wist niks van de verkoop van de waterpijp en de aanleg van de ventilatiepijp.

Strijdig gebruik

Het toepasselijke bestemmingsplan trad in 2006 in werking. Op basis daarvan mag gebruik van een pand in strijd met het bestemmingsplan worden voortgezet als dat strijdige gebruik al bestond op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. De vraag is dan of de huurder in 2006 al waterpijp verkocht aan klanten. De huurder overtuigt de Afdeling daar niet van. Een verklaring van een eerdere pandeigenaar – dat hij van 1999 tot 2010 altijd waterpijp heeft verkocht in het pand – is volgens de Afdeling niet voldoende. En het helpt de huurder ook niet dat het pand na 2006 is verbouwd om het roken van waterpijp te faciliteren.

Omgevingsvergunning

De huurder heeft een ventilatiepijp laten aanleggen, omdat de oude pijp voor de ontluchting kapot was en moest worden vervangen. Hij meent dat hem op basis van bouwovergangsrecht een vergunning verleend zou zijn. De Afdeling maakt hier korte metten mee; de ventilatiepijp is zonder omgevingsvergunning geplaatst, terwijl die wel was vereist. Dat de vergunning misschien zou worden verleend op basis van het bouwovergangsrecht maakt dit niet anders.

Geen overtreder

De eigenaar van het pand vindt dat hem geen last onder dwangsom kon worden opgelegd omdat hij zelf geen overtreder is; hij wist niets van de ventilatiepijp en de verkoop van de waterpijp in het pand. De Afdeling wijst hem erop dat hij de ventilatiepijp – ondanks voorafgaande waarschuwingen – niet heeft weggehaald en dat hij daarom terecht een last onder dwangsom heeft gekregen. Voor de verkoop van de waterpijp in strijd met het bestemmingsplan hoeft de eigenaar ook niet op begrip van de Afdeling te rekenen: je bent ook overtreder als je een pand door anderen in strijd met het bestemmingsplan laat gebruiken. Dat de eigenaar hier niets van wist of niets van kon weten, gaat er bij de Afdeling niet in.

ECLI:NL:RVS:2024:628

Bron:Raad van State| jurisprudentie| ECLI:NL:RVS:2024:628| 13-02-2024