Faillissementsaanvraag laat geen ruimte voor onderzoek naar vordering

2 april 2024 | Insolventierecht

Een investeerder en een serviceverlener twisten bij een faillissementsaanvraag over het bestaan van een vordering van de investeerder op de serviceverlener. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt dat een faillissementsaanvraag geen ruimte biedt voor een vergaand onderzoek naar het bestaan van een vordering.

De investeerder en de serviceverlener hebben een investeringsovereenkomst gesloten. Op basis daarvan heeft de investeerder een bedrag ingelegd dat door de serviceverlener is belegd in cryptomunten. Als de investeerder vraagt om uitkering van zijn winst, vangt hij bot bij de serviceverlener. De investeerder vraagt daarna om diens faillissement. De rechtbank wijst dit verzoek af. Het gerechtshof doet dat in hoger beroep ook.

Faillissement

Een faillissement kan worden uitgesproken als zonder diepgaand onderzoek blijkt van een vordering van de aanvrager en van een situatie waarin de schuldenaar is opgehouden te betalen. Verder is noodzakelijk dat de schuldenaar meerdere schuldeisers heeft. 

Vordering

De investeerder eist van de serviceverlener zijn investering terug en de winst uit die investering. Voor zover deze gelden verloren zijn gegaan – volgens de investeerder gaat het gerucht dat deze zijn doorgesluisd naar het privévermogen van de serviceverlener of zijn familie – eist hij een schadevergoeding. De serviceverlener zegt dat door verkeerde transacties de hele investering verloren is gegaan, maar dat hij hiervoor niet aansprakelijk kan worden gehouden omdat de investeringsovereenkomst aansprakelijkheid uitsluit.

Diepgaand onderzoek

Volgens het gerechtshof kan hier zonder diepgaand onderzoek niet worden vastgesteld of sprake is van een vordering van de investeerder op de serviceverlener. Daarbij is vooral van belang dat zonder dat onderzoek niet kan worden vastgesteld of de serviceverlener een beroep kan doen op de aansprakelijkheidsbeperking uit de investeringsovereenkomst. Er moet bijvoorbeeld worden onderzocht welke transacties zijn verricht voor de investeerder, wat de gevolgen daarvan waren, op welke moment hij de investeringen heeft opgevraagd en of de serviceverlener tekort is geschoten of onrechtmatig heeft gehandeld.

Deskundige

De serviceverlener heeft ter zitting laten weten volledig mee te willen werken aan een onderzoek door een onafhankelijke deskundige. Uit zo'n onderzoek kan blijken of hij de investeerder nog geld verschuldigd is. Omdat het bestaan van de vordering zonder nader onderzoek niet kan worden vastgesteld wijst het gerechtshof het verzoek tot faillietverklaring af.

ECLI:NL:GHARL:2024:1738

Bron:Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden| jurisprudentie| ECLI:NL:GHARL:2024:1738 200.337.407| 10-03-2024