Na haar scheiding zegt een vrouw nog geld tegoed te hebben van haar ex-man. Maar in het echtscheidingsconvenant staat dat hun schulden gelijk worden verdeeld. De vrouw kan haar vordering niet bewijzen.
Het stel was getrouwd in gemeenschap van goederen, maar is inmiddels gescheiden. De man en de vrouw hebben een echtscheidingsconvenant opgesteld en ondertekend, waarin de privéschulden en zakelijke schulden worden vermeld. De zakelijke schuld betreft vooral nog te betalen omzetbelasting en een factuur van de accountant. In het convenant staat dat ze allebei de helft van deze schuld (ruim € 10.000) moeten betalen. De vrouw zegt echter nog € 6.021 van de man tegoed te hebben. Nu hij niet betaalt, stapt zij naar de rechtbank Overijssel.
Regresvordering
Wil een vordering zoals door de vrouw is ingesteld kans van slagen hebben, dan zal zij die moeten onderbouwen met ‘verificatoire bescheiden’. Zij moet dus goed aantonen dat zij al die kosten heeft betaald (voorgeschoten), waardoor ze voor de helft een zogenoemde regresvordering op haar ex-man heeft. In deze zaak heeft de vrouw geen betalingsbewijzen overgelegd waaruit blijkt dat zij de bedragen heeft betaald. Dan heeft zij ook geen opeisbare vordering op de man. Een ‘blote’, niet onderbouwde stelling dat zij op grond van het convenant een vordering op hem zou hebben, is onvoldoende voor een toewijzing, aldus de kantonrechter.
Verjaring
Mogelijk heeft de vrouw inderdaad voor haar man betaald (zonder dat zij dat kan aantonen). Maar de man doet een beroep op verjaring van de vorderingen. Het is volgens de kantonrechter denkbaar dat het beroep op verjaring had kunnen worden gehonoreerd, nu de verjaringstermijn vijf jaar bedraagt en bij de processtukken geen aanmaningen of andere documenten zijn aangetroffen die gedateerd zijn uit de afgelopen vijf jaar, en waarmee de verjaring zou kunnen zijn gestuit. De vrouw brengt wel een brief in van het Landelijk Incasso Centrum van de Belastingdienst, maar dit betreft een beslissing op een verzoek om uitstel van betaling en is geen bewijs dat de verschuldigde omzetbelasting ook daadwerkelijk door haar is betaald. De vrouw heeft niet aangetoond dat zij al de facturen heeft voldaan, en verliest daarom deze procedure.
