Erkenning geslachtsnaam tot Nederlandse adel is complexe procedure

25 maart 2024 | Bestuursrecht

Een man wil dat zijn geslachtsnaam wordt erkend als Nederlandse adel. De drempels daarvoor zijn hoog, ontdekt hij. Erkenning lukt dan ook niet.

Een man wil dat zijn geslachtsnaam in de Nederlandse adel wordt erkend. Hierover had hij al eerder geprocedeerd, en toen verloren. Nu voert hij een nieuwe procedure bij de rechtbank Den Haag, nadat de minister van Binnenlandse Zaken zijn verzoek had afgewezen. Bij de rechtbank wordt de minister bijgestaan door onder andere de secretaris en de voorzitter van de Hoge Raad van Adel. Volgens de minister brengt de man in deze tweede procedure geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren, zodat de aanvraag weer wordt afgewezen. Tegen die afwijzing gaat de man in beroep.

Oer-adellijk geslacht

De man vindt dat hij wel met nieuwe feiten is gekomen. Zijn voorvaderen waren officier en zij zijn eerder ten onrechte aangemerkt als ‘dagloner’. Die onjuistheid heeft in 2013 geleid tot een ‘frauduleus advies’ van de Hoge Raad van Adel aan de minister, stelt de man. Hij heeft dit pas in 2022 kunnen vaststellen aan de hand van een kopie van een brief die door de Hoge Raad van Adel zoek was gemaakt. Verder blijkt uit een ‘auditieboek’ uit 1822 dat koning Willem I bekend was met het feit dat zijn geslacht een oer-adellijk geslacht is.

Geen nieuwe feiten

Volgens de rechtbank draagt de man geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aan. Dat zijn voorvaderen geen dagloner waren maar officier, heeft hij eerder aangevoerd, met een authentiek bewijsstuk. Dat die brief kwijt is – als dat al klopt – doet daar niet aan af: hij heeft dit document al eerder ingebracht. Dat zijn voorvaderen in een auditieboek uit 1822 stonden, is ook geen nieuw feit: ook in de eerdere procedure heeft de man aan de hand hiervan betoogd dat zijn voorvader is erkend als adel.

Baron

De rechtbank constateert dat de minister het eerdere verzoek om erkenning gemotiveerd heeft afgewezen op basis van een toets aan de maatstaf voor erkenning als maatschappij-adel. Die maatstaf houdt in dat moet worden bewezen dat een bepaald geslacht in de periode van 1579 tot 1795 in de maatschappij als adellijk geslacht bekend stond, terwijl niet bekend was dat het ooit niet tot de adel had behoord. In de praktijk betekent dit dat moet worden bewezen dat de voorouders van de man in de jaren 1579-1795 gedurende meer dan een eeuw openlijk de titel 'baron' hebben gevoerd – het voeren van de titel of predicaat 'jonker' of 'jonkheer' was in de Republiek der Verenigde Nederlanden niet voorbehouden aan de adel. In zijn eerste procedure heeft de man dit niet bewezen, en nu ook niet. Zijn verzoek om zijn geslacht toe te laten tot de adel is terecht afgewezen.

ECLI:NL:RBDHA:2024:2966

Bron:Rechtbank Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:RBDHA:2024:2966| 05-03-2024