College van b&w mocht vrouw en kinderen niet uitschrijven

2 april 2024 | Bestuursrecht

Het college van burgemeester en wethouders van een stad besluit een vrouw en haar twee kinderen uit te schrijven uit de Basisregistratie Personen (BRP). Het college meent op basis van onderzoek dat de vrouw niet meer op het geregistreerde adres woont. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de uitschrijving niet had mogen gebeuren.

In de wet is bepaald dat de BRP betrouwbaar en duidelijk moet zijn. Gebruikers moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens daarin juist zijn. Het college kan iemand ambtshalve uitschrijven en een adres op 'onbekend' zetten. Dit kan volgens de wet bijvoorbeeld als iemand een adres heeft verlaten en spoorloos is. Hier mag volgens vaste rechtspraak niet lichtvaardig mee worden omgegaan, omdat de gevolgen ervan aanzienlijk zijn. Zo kunnen uitkeringen worden stopgezet als gevolg van een uitschrijving.

Adresonderzoek

Dit college heeft de vrouw en haar twee kinderen uitgeschreven op basis van een onderzoek. Daaruit bleek dat op het adres sinds 2018 sprake was van extreem laag water-, gas- en stroomverbruik en dat het leven van de vrouw zich leek af te spelen in een andere gemeente. Daar vonden de meeste pintransacties van haar plaats en haar kinderen zijn er geboren, die de vrouw ook bij een consultatiebureau in die gemeente heeft ingeschreven. Haar man woonde er ook en de vrouw had er een abonnement bij een sportschool. De rechtbank oordeelt dat het college op basis hiervan mocht concluderen dat de vrouw niet meer op het adres woonde en dus mocht worden uitgeschreven. 

Plausibele verklaring

De Afdeling denkt hier anders over en oordeelt dat de vrouw ten onrechte is uitgeschreven. Het college had op basis van het onderzoek niet mogen concluderen dat zij niet meer op het adres woonde. Van belang is volgens de Afdeling dat bij het onderzoek op het adres van de vrouw verplaatsingen van haar spullen zijn waargenomen en dat er eenmaal mensen zijn gezien, maar zij zijn niet aangesproken om te achterhalen of een van hen de vrouw betrof. Zij heeft bovendien een plausibele verklaring gegeven voor het lage gas-, water- en stroomverbruik: vanwege een verbouwing woonde ze bij haar man. Het feit dat zij in een andere gemeente heeft gepind, betekent niet dat ze daar ook woonde. De vrouw had daarnaast goede redenen om haar kinderen in te schrijven bij het consultatiebureau in de andere gemeente en ook voor het sporten daar (dat deed ze als ze bij haar man thuiswerkte). Verder heeft het college niet kunnen vaststellen dat de vrouw in die andere gemeente woonde. Het had de vrouw en haar kinderen dan ook niet mogen uitschrijven.

ECLI:NL:RVS:2024:1057

 

Bron:Raad van State| jurisprudentie| ECLI:NL:RVS:2024:1057 202203907/1/A3| 12-03-2024