Burgemeester mocht garagebedrijf met gestolen spullen niet direct sluiten

27 februari 2024 | Bestuursrecht

Bij een garage op een bedrijventerrein worden gestolen auto-onderdelen aangetroffen. De burgemeester wil de garage direct sluiten, maar vindt de voorzieningenrechter op zijn weg.

Tijdens een politiecontrole op een bedrijventerrein worden bij een garagebedrijf vier portieren en een achterklep van een gestolen auto aangetroffen. De burgemeester laat het garagebedrijf weten voornemens te zijn de garage voor zes maanden te sluiten. Daarmee wil de burgemeester verhinderen dat de garage opnieuw wordt gebruikt voor het plegen van (vermogens-)delicten door georganiseerde criminaliteit. De burgemeester geeft daarmee een krachtig signaal af richting de buitenwereld: hij beschermt het leef- en ondernemersklimaat rondom de garage en herstelt de openbare orde en veiligheid. Op het bedrijventerrein zijn eerder ondermijnende activiteiten geconstateerd. De garagehouder gaat tegen het besluit in bezwaar en vecht dit tegelijkertijd aan bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland.

Bevoegdheid

In de Algemene plaatselijke verordening staat dat de burgemeester een voor het publiek toegankelijk gebouw kan sluiten als daar door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn. De vraag is echter of de burgemeester in dit geval redelijkerwijs van zijn bevoegdheid gebruik heeft mogen maken. Voorop staat, aldus de voorzieningenrechter, dat de burgemeester over dit soort onderwerpen geen beleid heeft geformuleerd. Daarom moet hij het besluit om de garage te sluiten extra motiveren. Volgens de voorzieningenrechter wil de burgemeester terecht de ondermijnende criminele activiteiten op het bedrijventerrein streng aanpakken. Dit betekent echter niet dat hij in alle gevallen tot sluiting van een pand mag overgaan als daar goederen worden aangetroffen, die van een misdrijf afkomstig zijn. Sluiting is een zwaar middel, en dat mag alleen toegepast worden als dit noodzakelijk, proportioneel en evenredig is. De burgemeester heeft de noodzaak van de sluiting onvoldoende onderbouwd.

Waarschuwing

De burgemeester wilde met de sluiting de ‘criminele loop’ naar de garage eruit halen en zo een einde maken aan de bekendheid van de garage als plek waar in gestolen spullen wordt gehandeld. Maar volgens de rechter wijst niets daarop. De garagehouder is nooit eerder betrapt op heling. De burgemeester had kunnen volstaan met een waarschuwing, en als dat te weinig was had hij moeten motiveren waarom een zwaardere sanctie beter was. Die motivering ontbrak. Dan is een sluiting voor zes maanden niet proportioneel en niet evenredig.

Geen sluiting

De garagehouder heeft zijn bedrijf al ruim twintig jaar, en ondanks diverse controles is dit pas de eerste keer dat er gestolen onderdelen zijn aangetroffen. Het betreft ook maar vijf onderdelen van één auto – en niet om een ‘omvangrijke hoeveelheid gestolen goederen’, zoals de burgemeesters stelde. Sluiting betekent ook: zes maanden geen inkomsten voor de garagehouder, ook dat aspect neemt de voorzieningenrechter mee. Hij schorst het besluit tot zes weken nadat de burgemeester op het bezwaar van de garagehouder heeft beslist. Dit betekent dat de garage tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar open mag blijven.

ECLI:NL:RBNHO:2024:900

Bron:Rechtbank Noord-Holland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBNHO:2024:900 23/7445| 01-02-2024