Belang van het kind bepaalt of er een omgangsregeling komt

29 april 2026 | Personen- en familierecht

Snel na de geboorte van haar kind krijgt de moeder een affectieve relatie met een vrouw die het kind erkent. Een groot deel van het eerste levensjaar is zij betrokken bij de verzorging van het kind. Als die relatie eindigt ziet zij het kind niet meer. De biologische vader wil dat de rechtbank de erkenning vernietigt: hij zelf wil het kind erkennen en er omgang mee hebben. Hij krijgt van de rechtbank gelijk, de vrouw gaat in hoger beroep.

Op grond van de wet heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. In enkele gevallen houdt de rechter omgang tegen: als omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, als de ouder ongeschikt is of niet in staat is tot omgang, en als een kind van twaalf of ouder ernstige bezwaren uit tegen die omgang. Dan is er nog een restcategorie: als de omgang in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Family life

In deze zaak was er in ieder geval een ‘nauwe persoonlijke betrekking’ tussen de vrouw en het kind, een band die kan worden aangemerkt als ‘family life’. Maar op dit moment – het kind is inmiddels drie jaar – is de verstandhouding tussen de moeder en de vrouw ernstig verstoord. De moeder wil niet dat de vrouw nog contact heeft met het kind. Dit komt vooral doordat de vrouw deze sores online deelt. Ook plaatst zij filmpjes en foto’s van het kind op sociale media, die zij via via heeft achterhaald. De moeder voelt zich thuis en op straat niet veilig: zij wordt herkend door volgers van de vrouw, die negatief over haar oordelen. De moeder heeft hierdoor angstklachten en stress, waarvoor zij psychologische hulp krijgt. Zij heeft meerdere aangiftes tegen de vrouw gedaan.

Omgangsregeling afgewezen

Een omgangsregeling, zo vermoedt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zal leiden tot meer spanning en onrust, wat slecht is voor het kind. Daar komt bij dat het kind al twee jaar geen (fysiek) contact meer heeft met de vrouw en haar daarom niet meer zal herkennen. Bovendien is er geen biologische band en als de erkenning is vernietigd ook geen juridische band meer tussen de vrouw en het kind. Een omgangsregeling is voor een gezonde identiteitsontwikkeling niet noodzakelijk, deze is zelfs in strijd met de zwaarwegende belangen van het kind. Het hof wijst de omgangsregeling tussen de vrouw en het kind af.

ECLI:NL:GHARL:2026:2116

Bron:Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden| jurisprudentie| ECLI:NL:GHARL:2026:2116 200.359.896/01| 08-04-2026