Bar en keuken mogen als bestanddeel van gehuurde niet worden verwijderd

16 april 2024 | Vastgoed

Een bedrijf huurt een bedrijfsruimte in een pand. Daarin heeft het een horecakeuken en barmeubel geplaatst. Hiervoor waren grote aanpassingen aan het pand nodig, zoals aan het leidingwerk en de afvoer. Het bedrijf gaat failliet en de curator wil de keuken en bar weg laten halen en deze verkopen ten behoeve van de boedel. De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam staat dat niet toe.

De eigenaren van de ruimte, de verhuurders, hebben de kantonrechter in kort geding gevraagd om de curator te verbieden de keuken en bar weg te nemen en te verkopen. Zij vinden dat die een bestanddeel zijn geworden van het gehuurde en dat het daardoor hun eigendom betreft.

Bestanddeel

Volgens de wet zijn de keuken en de bar bestanddeel geworden van het gehuurde en daarmee eigendom van de verhuurders als ze op zo'n manier zijn bevestigd aan de vloeren, wanden of plafonds van het gehuurde dat ze daarvan niet los kunnen worden gemaakt zonder dat er schade van betekenis ontstaat. Daarvan is hier volgens de kantonrechter sprake. De verhuurders hebben een offerte laten zien waaruit blijkt dat de totale kosten van het verwijderen en het herstel ongeveer € 70.000 bedragen. De curator heeft dit zonder verdere onderbouwing tegengesproken. De kantonrechter oordeelt daarom dat de bar en de keuken onderdeel van het gehuurde zijn geworden en eigendom zijn van de verhuurders.

Huurovereenkomst

De kantonrechter vindt daarnaast dat de curator op basis van de huurovereenkomst geen recht heeft om de keuken en de bar weg te nemen. In het huurcontract staat dat aan het gehuurde toegebrachte wijzigingen in geval van faillissement van de huurder in het gehuurde moeten achterblijven. Volgens de eigenaren is deze bepaling in de huurovereenkomst opgenomen omdat er veel aanpassingen aan het casco van het gebouw zijn aangebracht om de keuken en de bar te kunnen installeren. Bij verwijdering van de keuken en de bar zouden de leidingen en afvoeren nutteloos zijn en er zou opnieuw veel werk nodig zijn om het pand gebruiksklaar te maken voor een volgende huurder. Dit is volgens de eigenaren ook uitgebreid besproken bij de onderhandelingen over de huurovereenkomst. De curator heeft dit zonder verdere motivering betwist. Er is geen andere grondslag voor de huurders om de bar en de keuken weg te nemen. Daarom verbiedt de kantonrechter de curator om deze nu te verkopen. Dit verbod geldt tot in een bodemprocedure is vastgesteld van wie de keuken en de bar zijn.

ECLI:NL:RBROT:2023:10955

Bron:Rechtbank Rotterdam| jurisprudentie| ECLI:NL:RBROT:2023:10955| 15-11-2023