Bank mocht na ontdekking drugslab hypotheek opzeggen

3 december 2023 | Civiel recht

In bepaalde gevallen mag een bank de hypotheek tussentijds opzeggen. Maar als dat juridisch is toegestaan, is het dan ook redelijk en billijk dat dit gebeurt?

Een echtpaar heeft voor de aankoop van een woning een hypothecaire lening afgesloten bij een bank. In dat huis wonen ook hun dochter en haar twee kinderen. Een deel van de schuur wordt verhuurd. Als daar een explosie plaatsvindt (met een dode en een gewonde tot gevolg) blijkt dat daar een drugslab was gevestigd. Vervolgens zegt de bank de hypothecaire financiering op en eist deze op, omdat de rekening en hypotheek (in)direct betrokken zijn geweest bij niet-integere activiteiten. De schuur was verhuurd zonder goedkeuring van de bank. Omdat de huur is bijgeschreven op een rekening van die bank, is ook de bank betrokken geraakt bij niet-integere activiteiten. Het echtpaar vecht de opzegging van de hypotheek aan bij de rechtbank, maar verliest de procedure. Vervolgens gaat het echtpaar in hoger beroep.

Algemene bankvoorwaarden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (voorzieningenrechter) moet beoordelen of de opzegging rechtsgeldig is. Opzegging mocht wel op basis van de algemene bankvoorwaarden, maar de vraag is hier dat ook redelijk en billijk is. Op grond van de algemene hypotheekvoorwaarden was het echtpaar verplicht het onderpand in goede staat te houden – de schuur was zwaar beschadigd – en om het onderpand te verzekeren. Verzekeraars dekken in de regel geen onderpanden waarin een (illegaal) drugslab is gevestigd. De algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen bepalen (zelfs) dat de geldlening onmiddellijk opeisbaar is als het onderpand is beschadigd.

Drugslab

Nu er een drugslab in de schuur is aangetroffen, heeft het echtpaar de zorgplicht tegenover de bank geschonden. Zij hebben de huurder niet om een legitimatie gevraagd. Later is gebleken dat persoon die bij de explosie om het leven kwam (de huurder) in werkelijkheid een andere naam had. Daar komt bij dat het echtpaar eerder is geconfronteerd met een huurder, die een wietplantage in de schuur was begonnen. Het echtpaar had verder gesealde pallets gezien maar niet onderzocht wat zich daarin bevond. Tot slot was verhuur van de schuur in strijd met het in de hypotheekakte opgenomen huurbeding.

Restschuld

Onder deze omstandigheden mocht de bank de hypotheek opzeggen. Dat het echtpaar daardoor de woning moet verkopen en dat zij, hun dochter en de kleinkinderen een andere woonruimte moeten zoeken, én dat bij een gedwongen verkoop mogelijk een restschuld overblijft, maakt niet dat de beëindiging onaanvaardbaar is.

ECLI:NL:GHARL:2023:10141

Bron:Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden| jurisprudentie| ECLI:NL:GHARL:2023:10141 200.324.873/01| 27-11-2023