‘Accountantskantoor’ zonder accountant in dienst mag die naam niet voeren

7 mei 2024 | Bestuursrecht

Als een accountant niet is ingeschreven in het accountantsregister, mag hij die titel niet voeren. Dat maakte het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) nog eens duidelijk.

Het gebruik van de titels 'accountant-administratieconsulent' (AA) en 'registeraccountant' (RA) is wettelijk beschermd. Deze titels mogen alleen worden gebruikt door hen die ingeschreven staan in het register van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA). Als het Bureau Economische Handhaving (BEH) namens de minister van Financiën een onderzoek uitvoert naar de naleving van de Wet op het accountantsberoep (Wab), blijkt dat het kantoor van een man, waarvan hij de enige bestuurder is, de naam ‘accountantskantoor’ voert. Dat staat in de statutaire naam en de handelsnaam van zijn bedrijf, op het briefpapier, de visitekaartjes en een aantal websites. En dat mag dus niet.

Dwangsom

Om hieraan een einde te maken legt de minister de eigenaar een last onder dwangsom op van € 5.000: de eigenaar moet het gebruik van de naam staken – alles wat verwijst naar ‘accountant’ moet stoppen. Dat doet deze man niet. Dan neemt de minister een invorderingsbesluit: de eigenaar moet de dwangsom nu echt gaan betalen. Die vecht dit aan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Geschil

De man beweert dat hij eigenlijk accountant is, maar door een geschil met de NBA niet is ingeschreven in het register. De minister draait het om: omdat de man niet is ingeschreven, mag hij de uitingsvorm ‘accountant’ en de afkorting ‘AA’ niet gebruiken. Dat er een geschil is over zijn verzoek om inschrijving (met terugwerkende kracht) in het NBA-register maakt dit niet anders.

Handhavend optreden

Voor het College is het duidelijk: in de onderneming van de man werkt niemand die gerechtigd is de term ‘accountant’ te voeren. De bestuurder is jaren geleden doorgehaald, andere medewerkers zijn ook geen accountant. Zo handelt de eigenaar in strijd met de Wab, en dat wist hij ook. Deze overtreding kan hem worden toegerekend in zijn hoedanigheid van (enig) bestuurder van het bedrijf. Daarom was de minister bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen. Gelet op het algemeen belang dat met handhaving is gediend, mocht de minister ook daadwerkelijk handhavend optreden. Dat de man een geschil had met de NBA was geen reden daar vanaf te zien. Het College is van oordeel dat de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom.

Betalen

De minister mocht ook overgaan tot invordering: anders zou zijn gezag worden aangetast. Slechts in bijzondere omstandigheden kan van invordering worden afgezien, maar dergelijke bijzondere omstandigheden doen zich hier niet voor. De zogenaamde accountant moet de hele dwangsom betalen.

ECLI:NL:CBB:2024:271

Bron:College van Beroep voor het Bedrijfsleven| jurisprudentie| ECLI:NL:CBB:2024:271 21/1232| 15-04-2024